ECLI:NL:CBB:2020:677
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herberekening en terugvordering GLB-betalingen 2015 wegens niet-subsidiabel perceel
Appellante, een vennootschap onder firma, ontving in 2015 basis- en vergroeningsbetalingen op grond van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Verweerder herberekende deze betalingen in 2019 omdat perceel 49 volgens luchtfoto’s niet het gehele kalenderjaar landbouwkundig in gebruik was, wat leidde tot een terugvordering van €517,27.
Appellante voerde aan dat het perceel wel werd gebruikt voor landbouwactiviteiten, namelijk de teelt van zomergerst, en dat verweerder niet binnen de gestelde termijn van 18 maanden na goedkeuring van de subsidiabele oppervlakte mocht terugvorderen. Verweerder stelde dat de lidstaat verplicht is de kwaliteit van het controlesysteem jaarlijks te beoordelen en corrigerende maatregelen te nemen, waaronder herverificatie van subsidiabele hectares.
Het College oordeelde dat perceel 49 niet het gehele kalenderjaar als subsidiabel landbouwareaal kan worden aangemerkt, mede omdat vanaf medio augustus werkzaamheden plaatsvonden die het landbouwareaal aantasten. De stelling dat niet-landbouwactiviteiten gedurende 90 dagen zijn toegestaan, werd verworpen. Tevens concludeerde het College dat uit artikel 54 van Pro Verordening 1306/2013 niet volgt dat terugvordering binnen 18 maanden na goedkeuring van de subsidiabele oppervlakte moet plaatsvinden.
Daarom was de herberekening en terugvordering door verweerder terecht. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herberekening en terugvordering van GLB-betalingen over 2015 bevestigd.