De Vereniging ter bevordering en ondersteuning van kleine regionale commerciële omroepen (KRCO) verzocht in 2015 de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat om handhavend op te treden tegen overtredingen van de regiogerichtheidseis door exploitanten van regionale FM-kavels. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarop KRCO bezwaar maakte dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde vervolgens het handhavingsverzoek opnieuw af, waarbij hij prioriteit gaf aan onderzoek naar de programmering van RadioNL op enkele kavels. KRCO stelde dat dit onvoldoende was en dat handhaving op alle kavels noodzakelijk was. Het College oordeelde dat prioritering in handhaving is toegestaan vanwege beperkte handhavingscapaciteit en kosten, en dat de staatssecretaris met het lopende onderzoek en maatregelen al grotendeels tegemoet is gekomen aan het verzoek.
Het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank werd verworpen. Het beroep van KRCO tegen het handhavingsbesluit van 27 januari 2017 werd ongegrond verklaard. Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank en legde geen proceskostenveroordeling op, maar hechtte aan de staatssecretaris een griffierecht op.
De uitspraak benadrukt dat een bestuursorgaan prioriteiten mag stellen bij handhaving, mits dit gebeurt in het kader van doelmatige handhaving en dat bijzondere omstandigheden nodig zijn om geheel af te zien van handhaving. Het belang van een doelmatige inzet van handhavingscapaciteit weegt in dit geval zwaarder dan het belang van KRCO bij handhaving van alle kavels.