ECLI:NL:CBB:2020:524
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling fosfaatrecht bij melkveehouderij en beoordeling nieuw gestart bedrijf
Appellant voerde samen met zijn familie een vleesveebedrijf en schakelde later over naar melkveehouderij, waarbij op 2 juli 2015 één melkkoe en jongvee aanwezig waren. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de aanwezige dieren en stalcapaciteit, maar ging aanvankelijk niet uit van een nieuw gestart bedrijf. Later verhoogde verweerder het fosfaatrecht in het vervangingsbesluit.
Het geschil betrof de vraag of appellant op 2 juli 2015 één melkkoe hield. Verweerder kon dit niet onderbouwen, maar paste wel een hoger referentiegetal toe. Het College oordeelde dat appellant inderdaad één melkkoe hield naast jongvee en vernietigde het vervangingsbesluit voor zover het fosfaatrecht was verhoogd op een onjuiste feitelijke grondslag.
Het College herroept het primaire besluit en stelt het fosfaatrecht vast op 3.707 kg, gebaseerd op een gedetailleerde berekening van fosfaatproductie en stalcapaciteit. Tevens werd het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk verklaard en werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het College vernietigt het vervangingsbesluit voor zover het fosfaatrecht is verhoogd en stelt het fosfaatrecht vast op 3.707 kg.