ECLI:NL:CBB:2020:179
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Randvoorwaardenkorting wegens niet-emissiearme mestaanwending bevestigd
Appellante exploiteert een melkveehouderij en kreeg een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd op haar rechtstreekse betalingen over 2017 wegens het niet emissiearm aanwenden van rundveedrijfmest op ongeveer 8,4 hectare grasland. Toezichthouders van de NVWA constateerden dat de mest strookjes deels in elkaar overliepen en op diverse plaatsen plassen vormden, wat niet voldeed aan de wettelijke eisen.
Appellante betwistte de bevindingen en stelde dat de loonwerker verantwoordelijk was en dat er geen sprake was van opzet. Het College oordeelde dat het bestuursorgaan terecht mocht afgaan op het proces-verbaal en inspectieverslag, en dat de aanwijzingen en het toezicht op de loonwerker onvoldoende waren, waardoor sprake was van voorwaardelijk opzet.
De opgelegde korting van 20% is conform de regelgeving en het belang van de overtreding. Het beroep van appellante is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 20% blijft gehandhaafd.