Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , handelend onder de naam [naam 2] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Bij de beoordeling of sprake is van een buitensporige last, moet duidelijk worden wat de precieze omvang van die last is en welke impact dat heeft op het bedrijf. Het is, als gezegd, aan appellant om daar inzicht in te bieden en zijn stellingen zoveel mogelijk met objectief bewijs te onderbouwen. Voor zover appellant met het overleggen van het ‘Rapport inzake de jaarrekening 2013/2014’ heeft getracht aan zijn bewijslast te voldoen, is het College van oordeel dat daar geenszins het verband uit blijkt tussen de gestelde last en het fosfaatrechtenstelsel. Deze beroepsgrond faalt.