ECLI:NL:CBB:2019:695
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf dat voorheen ook een pluimveetak omvatte. Zij beoogde een uitbreiding van de melktak, waarvoor zij investeerde in een nieuwe stal en financieringsovereenkomsten sloot. Op de peildatum hield zij meer jongvee dan waarvoor zij een Natuurbeschermingswet-vergunning had verkregen.
Het College stelt vast dat appellante vooruitliep op vergunningen en onvoldoende voorzichtigheid betrachtte bij haar investeringsbeslissingen, ondanks dat het fosfaatrechtenstelsel al kenbaar was. De uitbreiding bracht meer risico's met zich mee dan gebruikelijk, en appellante had rekening moeten houden met mogelijke beperkende maatregelen.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom en dat de belangen van milieu- en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante. De financiële rapportage van appellante leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt vergoed en proceskosten worden toegewezen aan appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrechtenstelsel is niet in strijd met haar eigendomsrecht.