ECLI:NL:CBB:2019:502
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en knelgevallenregeling bij melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij, betwistte de vaststelling van haar fosfaatrechten door verweerder en voerde aan dat de knelgevallenregeling ook rekening had moeten houden met een nog niet gerealiseerde uitbreiding op de peildatum. Tevens stelde zij dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde, in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling correct was toegepast en dat niet-gerealiseerde uitbreidingen op de peildatum niet in aanmerking genomen hoeven te worden. De door appellante aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals ziekte en overlijden van een maat, werden te laat en onvoldoende onderbouwd ingebracht om mee te wegen.
Verder werd geoordeeld dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel haar onredelijk zou benadelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante vanwege een motiveringsgebrek dat echter niet tot benadeling leidde.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.