ECLI:NL:CBB:2019:451

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
24 september 2019
Publicatiedatum
19 september 2019
Zaaknummer
17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake griffierecht FlixBus

In deze uitspraak van 24 september 2019 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven een rectificatie aangebracht in haar eerdere uitspraak van 10 juli 2018, waarin zes afzonderlijke beroepen van FlixBus tegen zes besluiten van 7 februari 2017 werden behandeld.

De rectificatie betreft een kennelijke onjuistheid in de rubriek “Beslissing” van de eerdere uitspraak, waarin stond dat het betaalde griffierecht van € 333,00 aan appellante moest worden vergoed. Dit bedrag was onjuist omdat FlixBus voor de zes afzonderlijke beroepen in totaal € 1.998,- aan griffierecht had betaald.

Het College heeft daarom de eerdere uitspraak hersteld en bepaald dat het griffierecht van € 1.998,- aan FlixBus moet worden vergoed. Tevens zijn de beroepen gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en is het College verweerder opgedragen binnen 12 weken nieuwe besluiten te nemen.

De rectificatie is openbaar uitgesproken door de drie rechters, waarbij de griffier verhinderd was te ondertekenen.

Uitkomst: Het College rectificeert de uitspraak en draagt verweerder op het volledige griffierecht van € 1.998,- aan appellante te vergoeden.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2019 tot rectificatie van de uitspraak van 10 juli 2018 in de zaak tussen

FlixBus DACH GmbH (FlixBus), te Berlijn (Duitsland), appellante

(gemachtigde: mr. A.J.W. Kamminga),
en

het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, verweerder

(gemachtigde: mrs. G. Verberne en P.W. Juttman).

Procesverloop

Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 10 juli 2018 met zaaknummers 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330 (ECLI:NL:CBB:2018:384) onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld.

Overwegingen

In de rubriek “Beslissing” staat vermeld dat het College verweerder opdraagt het betaalde griffierecht van € 333,00 aan appellante te vergoeden. Het College overweegt dat hier sprake is van een onjuistheid omdat appellante voor de zes afzonderlijk ingestelde beroepen tegen de zes afzonderlijke bestreden besluiten van 7 februari 2017 in totaal een bedrag van (6 x € 333,- =) € 1.998,- aan griffierecht heeft betaald.
Nu de uitspraak een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.

Beslissing

Het College herstelt zijn uitspraak van 10 juli 2018 met zaaknummers 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330 aldus dat onder “Beslissing” moet worden opgenomen:
“Het College:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 1.998,- aan appellante te vergoeden.”
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Eggeraat, mr. R.R. Winter en mr. R.C. Stam in aanwezigheid van mr. L. van Gulick, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2019.
w.g. E.R. Eggeraat L. van Gulick
De griffier is verhinderd te ondertekenen