ECLI:NL:CBB:2019:261
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om ontheffing grondgebondenheidseis melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij, verzocht bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om ontheffing van de grondgebondenheidsvereisten op grond van de Meststoffenwet. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor ontheffing, met name het ontbreken van financiële verplichtingen voor volledige mestverwerking vóór de gestelde datum.
Appellante stelde dat zij investeringen had gedaan in een monovergister en vergunningen om mest te verwerken, maar verweerder oordeelde dat deze investeringen niet kwalificeerden als financiële verplichtingen in de zin van de wet. Tevens werd vastgesteld dat de installatie mestbewerking betreft, niet de wettelijk vereiste mestverwerking.
Het College oordeelde dat appellante niet binnen de uitzonderingsgrond valt en dat haar individuele belangen niet zwaarder wegen dan het algemeen belang van verantwoorde groei van de melkveehouderij. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek om ontheffing van de grondgebondenheidseis wordt ongegrond verklaard.