ECLI:NL:CBB:2018:568
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kostenbesluit bestuursrechtelijke handhaving dierenwelzijn
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kosten van bestuursrechtelijke handhaving opgelegd aan appellante wegens overtreding van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Het betrof spoedbestuursdwang met betrekking tot 25 volwassen honden en 9 pups, die in beslag zijn genomen en ondergebracht.
Appellante voerde aan dat zij per 26 april 2016 afstand had gedaan van de dieren, dat kosten onredelijk lang en onnodig hoog waren doorberekend, en dat haar gezin vanwege financiële draagkracht niet gehouden kon worden tot betaling. Het College oordeelde dat afstand doen niet aannemelijk was en dat gemaakte kosten tot maximaal zes weken na vrijgave van de dieren redelijk waren. De financiële draagkracht van appellante vormt geen grond voor kwijtschelding zonder concrete onderbouwing.
Verder stelde appellante dat verweerder niet hoefde te bewijzen dat gefactureerde kosten daadwerkelijk waren betaald. Het College bevestigde dat het volstaat dat gespecificeerde facturen zijn overgelegd die de kosten onderbouwen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenbesluit wordt ongegrond verklaard en het kostenbedrag blijft verschuldigd.