ECLI:NL:CBB:2018:427
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens samenhangend besluit fosfaatrechten en melding bijzondere omstandigheden
Appellante, een veehouder, heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar fosfaatrechten door de minister van Landbouw. Tevens deed zij een melding van bijzondere omstandigheden op grond van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet, waarmee zij een verhoging van haar fosfaatrecht wilde bewerkstelligen.
De minister stelde dat de beslissing over de melding onderdeel uitmaakt van het bezwaar tegen de vaststelling van het fosfaatrecht en dat er geen afzonderlijke besluitvorming over de melding plaatsvindt. Appellante betoogde dat het om een aparte besluitvorming ging en dat zij daarom beroep kon instellen tegen het uitblijven van een beslissing op de melding.
Het College oordeelde dat het fosfaatrecht als één ondeelbaar geheel moet worden beschouwd en dat de melding integraal onderdeel is van de bezwaarprocedure. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld, was er geen grond voor een afzonderlijk beroep tegen het uitblijven van een beslissing op de melding. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. R.C. Stam, met mr. M.P.A. DeKoninck als griffier, op 14 augustus 2018.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de melding bijzondere omstandigheden integraal deel uitmaakt van het bezwaar tegen de vaststelling van fosfaatrechten.