ECLI:NL:CBB:2018:394
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Venekamp
- T. Pavićević
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Waarde betalingsrechten en actieve landbouwers bij bedrijfsovername
Appellante, een maatschap, betwistte de vaststelling van de waarde van haar betalingsrechten door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De waarde was vastgesteld zonder rekening te houden met een private overeenkomst waarbij appellante het melkveegedeelte van een landbouwbedrijf overnam. De minister vond dat de verkoper geen actieve landbouwer was in 2015, omdat de maatschap per 15 november 2014 was ontbonden en uitgeschreven uit het handelsregister.
De zaak draaide om de uitleg en toepassing van Verordening (EU) nr. 1307/2013 en de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, met name de voorwaarden voor overdracht van betalingsrechten via private overeenkomsten. Het College oordeelde dat de verkoper inderdaad niet voldeed aan de eis van actieve landbouwer in 2015, waardoor de minister terecht de waarde van de betalingsrechten lager had vastgesteld.
Het College verwierp het betoog van appellante dat de uitschrijving uit het handelsregister onbedoeld was en geen bijzondere omstandigheid vormde. Ook de latere kwalificatie van de overname als fusie was irrelevant. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat de verkoper in 2015 geen actieve landbouwer was.