ECLI:NL:CBB:2018:379
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag betalingsrechten GLB wegens ontbreken recht en geen kennelijke fout
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor toewijzing van betalingsrechten onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor het jaar 2015. Deze aanvraag werd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit afgewezen omdat appellante in 2013 niet voldeed aan de voorwaarden voor recht op directe betalingen, zoals het telen van minimaal 0,3 hectare landbouwproducten en het uitvoeren van landbouwactiviteiten.
Appellante erkende dat zij niet voldeed aan de wettelijke vereisten van artikel 24, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1307/2013, maar verzocht om coulance vanwege onduidelijkheid over de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader en angst voor dubbeltelling. Zij stelde dat zij bij de Gecombineerde opgave 2015 abusievelijk geen kruisje had gezet bij de private overeenkomst, wat zij later niet had gecorrigeerd.
Het College oordeelde dat wijziging van de aanvraag alleen mogelijk is bij een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 4 van Pro Verordening (EU) nr. 809/2014. Het werkdocument van de Europese Commissie over kennelijke fouten werd betrokken bij de beoordeling. Er werden geen kennelijke fouten aangetroffen in de aanvraag, mede omdat appellante expliciet had aangegeven geen private overeenkomst te hebben afgesloten.
Verder verwierp het College het beroep op het evenredigheidsbeginsel en de stelling dat de regelgeving onvoldoende helder was, omdat de wettelijke vereisten duidelijk zijn en appellante voldoende tijd had om zich voor te bereiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar aanvraag betalingsrechten wordt ongegrond verklaard.