In deze bestuursrechtelijke zaak heeft Stichting Slingeland Ziekenhuis beroep ingesteld tegen de afwijzing door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van haar verzoek om een beschikbaarheidsbijdrage voor de spoedeisende hulp (SEH) over de jaren 2013-2016. De kern van het geschil betreft de toepassing en interpretatie van de 45-minutennorm, die voorschrijft dat patiënten binnen 45 minuten bij een SEH moeten kunnen worden gebracht.
Het College heeft in een eerdere tussenuitspraak geoordeeld dat de 45-minutennorm een prestatienorm is die gegarandeerd moet worden en niet slechts een spreidingsnorm. De NZa had haar afwijzing gebaseerd op een model van het RIVM dat de gevoeligheid van SEH’s voor de norm analyseert. Het College stelde dat de NZa onvoldoende was ingegaan op de gemotiveerde betwisting van het ziekenhuis over de specifieke omstandigheden in haar verzorgingsgebied.
Na nadere motivering door de NZa heeft het College geoordeeld dat het motiveringsgebrek is hersteld, maar dat de nadere onderbouwing van de NZa en de door het ziekenhuis aangevoerde gegevens niet tot een ander oordeel leiden dan dat de SEH van het Slingeland Ziekenhuis niet gevoelig is voor de 45-minutennorm. Het College vernietigt het bestreden besluit, laat de rechtsgevolgen daarvan in stand en veroordeelt de NZa in de proceskosten van het ziekenhuis.