Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Procesverloop
melk- en kalfkoeien en 244 stuks jongvee.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoekster exploiteert een grondgebonden melkveebedrijf en heeft bezwaar gemaakt tegen het door de minister vastgestelde fosfaatrecht van 14.063 kilogram. Zij verzocht om een voorlopige voorziening die het fosfaatrecht verhoogt met 6.576 kilogram, gebaseerd op het vergunde aantal melk- en kalfkoeien en jongvee.
De voorzieningenrechter overwoog dat het fosfaatrecht is vastgesteld op grond van de Meststoffenwet, waarbij het fosfaatrecht per 1 januari 2018 is gebaseerd op het aantal dieren op 2 juli 2015. Verzoekster stelt dat het stelsel van fosfaatrechten inbreuk maakt op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, omdat zij een individuele en buitensporige last draagt.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft aangegeven dat de verenigbaarheid met artikel 1 EP Pro onderdeel is van de besluitvorming van de minister in het lopende bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gevraagde voorlopige voorziening niet noodzakelijk is omdat pas na afloop van 2018 duidelijk wordt of verzoekster binnen het fosfaatrecht blijft. De voorlopige voorziening biedt geen garantie tegen vervolging bij overschrijding. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot verhoging van het fosfaatrecht wordt afgewezen.