ECLI:NL:CBB:2017:464
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing betalingsrechten GLB wegens ontbreken rechtstreekse betaling 2013
Appellante heeft in 2015 een aanvraag ingediend voor toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling op grond van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Verweerder heeft deze aanvragen afgewezen omdat appellante in 2013 geen rechtstreekse betaling heeft ontvangen en niet voldeed aan de voorwaarden voor toewijzing van betalingsrechten.
Appellante voerde aan dat zij in 2013 haar toeslagrechten noodgedwongen had verkocht vanwege financiële problemen en dat sprake was van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden. Tevens stelde zij dat het niet toekennen van betalingsrechten onevenredig was en dat zij onvoldoende was geïnformeerd over mogelijkheden tot private overeenkomsten.
Het College overwoog dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden uit Verordening (EU) nr. 1307/2013, omdat zij in 2013 geen rechtstreekse betaling van minimaal €500 ontving en in voorgaande jaren wel toeslagrechten had gehad. Het beroep op overmacht faalde omdat financiële problemen niet voldeden aan de strenge criteria voor overmacht. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet omdat de wet geen ruimte laat voor belangenafweging.
Daarom heeft het College het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten wordt ongegrond verklaard.