Appellante, een onderneming die een onbemande cleantech tractor ontwikkelt, vroeg subsidie aan voor vroegefasefinanciering. Verweerder wees de aanvraag af op grond van meerdere afwijzingsgronden uit de Regeling nationale EZ-subsidies, waaronder onvoldoende vertrouwen in terugbetaling van de lening en onvoldoende aannemelijkheid dat de toekomstige investeerder zal financieren.
Appellante stelde dat de besluitvorming onzorgvuldig was, de Adviescommissie onvoldoende onafhankelijk en deskundig, en dat verweerder onrealistische verwachtingen had over de ontwikkelingsfase van het product. Het College oordeelde dat de procedure zorgvuldig was verlopen, de onafhankelijkheid en deskundigheid van de Adviescommissie voldoende waren gewaarborgd en dat de afwijzingsgronden terecht waren toegepast.
Verder concludeerde het College dat de vroegefasefinanciering bedoeld is om de stap van concept naar commercieel product te ondersteunen, waarbij commerciële levensvatbaarheid moet blijken. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van een onrechtmatig besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.