ECLI:NL:CBB:2017:256
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- H.A.B. Van Dorst-Tatomir
- A. Venekamp
- Rechtspraak.nl
Verzoek ontheffing herbeplantplicht Boswet afgewezen ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een verzoek om ontheffing van de herbeplantplicht op grond van artikel 3 van Pro de Boswet. De oorspronkelijke verzoeker, de echtgenoot van appellante, diende het verzoek in, maar is in de procedure overleden. Appellante is rechtsopvolgster en zet het beroep voort.
Verweerder wees het verzoek aanvankelijk af, waarna op bezwaar de te herbeplanten oppervlakte werd verminderd van 46 naar 40 are. Appellante stelde dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een brief van de minister waarin instemming werd gegeven voor het gebruik van het perceel als gras- en bouwland, en dat daardoor geen herbeplantplicht meer zou rusten. Het College oordeelde echter dat deze brief geen betrekking had op de herbeplantplicht en dat geen gerechtvaardigd vertrouwen kon worden ontleend.
Verder werd de omvang van de herbeplantplicht betwist. Het College stelde vast dat op basis van luchtfoto's en recente controlefoto's in 2012 sprake was van een houtopstand op het gehele perceel, inclusief het betwiste deel. De door appellante overgelegde oudere foto's waren niet relevant voor de situatie in 2012.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 4 juli 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van ontheffing van de herbeplantplicht wordt ongegrond verklaard.