ECLI:NL:CBB:2017:152
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Intrekking chauffeurskaart wegens niet tijdig overleggen nieuwe verklaring omtrent gedrag
Appellant, werkzaam als taxichauffeur, beschikte over een chauffeurskaart geldig tot 2020. Na een melding van Dienst Justis over twijfels aan zijn betrouwbaarheid, werd appellant verzocht binnen vier weken een nieuwe verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen. Bij het uitblijven hiervan trok verweerder de chauffeurskaart in. Appellant diende bezwaar in en verzocht om aanhouding van de behandeling in afwachting van de VOG-uitspraak, wat werd afgewezen.
Appellant voerde aan dat de VOG ten onrechte was geweigerd en dat de intrekking van zijn chauffeurskaart onterecht was, met verlies van inkomen en stopzetting van zijn studie tot gevolg. Het College oordeelde dat verweerder bevoegd en zelfs verplicht was de kaart in te trekken bij het niet tijdig overleggen van de VOG, en dat verweerder geen ruimte had voor belangenafweging of het afwachten van de VOG-beslissing.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. R.R. Winter namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 20 april 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de chauffeurskaart wegens het niet tijdig overleggen van een nieuwe verklaring omtrent gedrag wordt ongegrond verklaard.