ECLI:NL:CBB:2016:390
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking chauffeurskaart wegens niet overleggen nieuwe VOG
Verzoeker, werkzaam als taxichauffeur, kreeg zijn chauffeurskaart ingetrokken door verweerder omdat hij niet binnen de gestelde termijn een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kon overleggen. Dit volgde op een melding van de Dienst Justis over twijfels aan zijn betrouwbaarheid na een strafrechtelijke veroordeling.
Verzoeker had aanvankelijk een geldige VOG overgelegd bij de aanvraag van zijn chauffeurskaart, maar kon geen nieuwe VOG verkrijgen omdat het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG) zijn aanvraag afwees. Verzoeker startte bezwaarprocedures tegen zowel de intrekking van de chauffeurskaart als de afwijzing van de VOG.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was om de chauffeurskaart in te trekken op grond van het niet tijdig overleggen van een nieuwe VOG, zoals voorgeschreven in de wet- en regelgeving. De bijzondere omstandigheden aangevoerd door verzoeker, zoals het bezit van een recente chauffeurskaart en eerdere VOG, boden geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Ook het betoog dat verzoeker ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarprocedure werd verworpen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van de bescherming van passagiers en het maatschappelijk belang zwaarder wegen dan het verzoek om schorsing van het besluit.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en bleef de intrekking van de chauffeurskaart in stand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de chauffeurskaart wegens het niet overleggen van een nieuwe VOG is afgewezen.