ECLI:NL:CBB:2016:244
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Venekamp
- H. Bolt
- H.B. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen randvoorwaardenkorting 3% wegens niet-naleving gebruiksvoorschriften glyfosaat
Appellant werd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit gecontroleerd op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Tijdens deze controle werd vastgesteld dat een sloottalud op een perceel van appellant verbrandingsverschijnselen vertoonde. Appellant had op 10 maart 2014 een onkruidbestrijding uitgevoerd met Matos, een middel met de werkzame stof glyfosaat, terwijl volgens de gebruiksvoorschriften sloottaluds niet met dit middel bespoten mogen worden.
De staatssecretaris legde op grond van artikel 55 van Pro Verordening (EG) nr. 1107/2009 een korting van 3% op de Europese inkomenssteun voor 2014 op aan appellant. Appellant betwistte de constatering en stelde dat hij het talud niet had geraakt en dat de verbrandingsverschijnselen door anderen of natuurverschijnselen veroorzaakt konden zijn.
Het College oordeelde dat de controleur en de analyse van het vegetatiemonster aannemelijk maakten dat appellant de randvoorwaarde niet had nageleefd. De stelling van appellant dat een ander verantwoordelijk zou zijn, werd niet geloofwaardig geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 3% wegens niet-naleving van artikel 55 van Verordening 1107/2009 is ongegrond verklaard.