De staatssecretaris van Economische Zaken legde op 20 januari 2015 een last onder bestuursdwang op aan verzoeker wegens aantasting van het welzijn en de gezondheid van zijn schapen. Inspecteurs en een dierenarts van de NVWA constateerden onder meer zieke, kreupele en magere schapen, alsmede huidaandoeningen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit en teruggeven van de in beslag genomen dieren.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de schapen in slechte conditie verkeerden en dat verzoeker onvoldoende had voldaan aan de opgelegde maatregelen. Hoewel verzoeker betwistte dat hij voldoende informatie had over de overtredingen en de begunstigingstermijn te kort vond, oordeelde de voorzieningenrechter dat de omschrijving van de maatregelen voldoende duidelijk was en de termijn niet onredelijk kort was gezien de ernst van de situatie.
Verzoeker voerde aan dat het meevoeren van de schapen niet proportioneel was en dat hij al was begonnen met de maatregelen, maar de voorzieningenrechter vond dat de stalcapaciteit onvoldoende was om de dieren op het bedrijf adequaat te verzorgen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.