Appellant vroeg een vergunning voor taxivervoer aan, welke door verweerder werd geweigerd wegens het niet voldoen aan vakbekwaamheidseisen. De vakbekwaamheid zou worden ingebracht door een procuratiehouder, maar verweerder stelde dat deze niet permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan het vervoer.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de procuratiehouder voldoende tijd en betrokkenheid had om aan de vakbekwaamheidseis te voldoen. Verweerder hanteerde een vaste gedragslijn dat minimaal 20 uur per week leidinggeven vereist is en dat de procuratiehouder niet meer dan 20 uur elders mag werken. De procuratiehouder werkte echter 36 uur elders, maar stelde dat hij zijn werktijden flexibel kon indelen.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de combinatie van werkzaamheden niet haalbaar zou zijn, mede gezien de geringe omvang van het taxibedrijf. Ook was onvoldoende onderbouwd waarom 20 uur per week leidinggeven noodzakelijk is bij een eenmansbedrijf met één taxi.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant.