Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juni 2015 in de zaken tussen
[naam 1], te [plaats 1], appellant sub 1,
(gezamenlijk ook aangeduid als appellanten)
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
17 maart 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 (Verordening 248/2008) staat dat de Raad de Commissie heeft verzocht, om, zodra de hervorming van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten volledig is doorgevoerd, een verslag over de marktvooruitzichten in te dienen, op grond waarvan eventuele redenen voor de toewijzing van aanvullende quota zullen worden beoordeeld. In punt 4 van de considerans van Verordening 248/2008 staat dat in dit opgestelde verslag wordt geconcludeerd dat de huidige en de voor de periode tot 2014 verwachte situatie op de interne en de wereldmarkt een aanvullende quotaverhoging met 2% rechtvaardigen om de Gemeenschap in staat te stellen aan de stijgende marktvraag naar zuivelproducten te voldoen. Bij Verordening 248/2008 zijn om die reden de in bijlage IX bij Verordening 1234/2007 voor alle lidstaten vastgestelde quota met ingang van 1 april 2008 met 2% verhoogd.
17 december 2013 (Verordening 1308/2013) is Verordening 1234/2007 ingetrokken. Ingevolge artikel 230, eerste lid, tweede alinea, aanhef en onder a, van Verordening 1308/2013 blijven wat betreft de regeling ter beperking van de melkproductie de in deel II, titel I, hoofdstuk III. Afdeling II, artikel 55, artikel 85 en Pro in de bijlagen IX en X vastgestelde bepalingen van Verordening 1234/2007 tot en met 31 maart 2015 van toepassing.
14 mei 2009, Azienda Agricola Disarò Antonio e.a., C-34/08 ECLI:EU:C:2009:304, punt 76). Wat betreft de in artikel 39 VWEU Pro genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijke landbouwbeleid moeten de instellingen van de EU voortdurend ervoor zorgen mogelijke tegenstrijdigheden tussen de afzonderlijke doelstellingen te verzoenen en moeten zij, in voorkomend geval, aan deze of gene ervan tijdelijk voorrang verlenen overeenkomstig de eis van de economische gegevenheden of omstandigheden met het oog waarop zij hun besluiten nemen (zie punt 45 van voormeld arrest).
Beslissing
mr. A. Venekamp in aanwezigheid van mr. C.M. Leliveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2015.