ECLI:NL:CBB:2015:181
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E. Dijt
- R.R. Winter
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit en vaststelling lagere bestuurlijke boete op grond van de Meststoffenwet
Appellante ging in hoger beroep tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de staatssecretaris van Economische Zaken wegens overtreding van artikel 14 van Pro de Meststoffenwet. In een eerdere tussenuitspraak oordeelde het College dat voor 20 vrachten niet was komen vast te staan dat deze op de onderneming van appellante waren aangevoerd, waardoor de staatssecretaris niet bevoegd was om hiervoor een boete op te leggen.
De staatssecretaris werd opgedragen de boete opnieuw te berekenen en een nieuw besluit te nemen. Na correspondentie tussen partijen en het College erkende de staatssecretaris dat zijn nieuwe berekening niet geheel correct was en stelde de boete bij op €52.624,-. De staatssecretaris nam echter geen nieuw besluit.
Het College vernietigde daarom het bestreden besluit en het primaire boetebesluit, stelde de boete vast op het gecorrigeerde bedrag en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van appellante. Tevens werd bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het oorspronkelijke boetebesluit.
Uitkomst: Het College vernietigt het boetebesluit en stelt de boete vast op €52.624,-.