ECLI:NL:CBB:2014:402

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
14 juli 2014
Publicatiedatum
3 november 2014
Zaaknummer
AWB 11/817
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit wegens onjuiste motivering eigen risico en proceskostenveroordeling

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in deze zaak het beroep van appellant gegrond verklaard tegen het besluit van 28 september 2011 waarin een korting van 10% ('eigen risico') was toegepast op de tegemoetkoming voor schade die als onevenredig nadeel werd aangemerkt. In een eerdere tussenuitspraak was al vastgesteld dat de motivering van deze korting niet deugdelijk was en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak geen aanvullende motivering gegeven en verzocht om uitspraak op basis van de eerdere toelichting. Het College oordeelt dat het gebrek niet is hersteld en vernietigt het bestreden besluit voor zover het de 10% korting betreft. Het College treedt zelf in de plaats van verweerder en herroept het primaire besluit met betrekking tot deze korting.

Daarnaast veroordeelt het College verweerder tot betaling van het bedrag dat overeenkomt met de 10% korting aan appellant binnen vier weken na verzending van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant, vastgesteld op €944,-, en moet het griffierecht van €152,- worden vergoed.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het College op 14 juli 2014 en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en herroepen voor de 10% korting, met veroordeling tot betaling van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 11/817
11254

Uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2014 in de zaak tussen

[naam], appellant

(gemachtigde: mr. F.H. Damen),
en

de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. M.L. Brons).

Procesverloop

Het College heeft in het geding tussen partijen op 23 januari 2014 een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:CBB:2014:19).
Bij brief van 20 februari 2014 heeft verweerder een reactie op deze tussenuitspraak aan het College gezonden. Bij brief van 19 maart 2014 hebben appellanten een reactie ingediend.
Het College heeft vervolgens het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gesloten.

Overwegingen

1. In genoemde tussenuitspraak van 23 januari 2014 heeft het College geoordeeld dat de motivering, die verweerder heeft gegeven voor de 10%-korting ("eigen risico") die verweerder heeft gehanteerd op de bepaling van de schade die als onevenredig nadeel wordt aangemerkt, niet deugdelijk is en dus in strijd met artikel 7:12 Awb Pro aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd. Het College heeft in deze uitspraak verweerder opgedragen om dit gebrek te herstellen. Het College handhaaft hetgeen hij in deze tussenuitspraak heeft overwogen en beslist en overweegt voorts het volgende.
2. Verweerder heeft in de genoemde brief van 20 februari 2014 - in reactie op de tussenuitspraak -te kennen gegeven geen toevoeging te hebben op de eerder in deze zaak naar voren gebrachte motivering voor de toegepaste 10% korting. Verweerder verzoekt het College om een uitspraak op basis van de eerder gegeven motivering en toelichting ter zitting.
3. Dit betekent dat verweerder het geconstateerde gebrek niet heeft hersteld. Onder verwijzing naar hetgeen is vastgesteld en overwogen in de tussenuitspraak, is het College van oordeel dat het beroep vanwege strijd met het bepaalde in artikel 7:12 Awb Pro gegrond is voor zover het ziet op de 10% korting ("eigen risico") die verweerder heeft gehanteerd op de bepaling van schade die als onevenredig nadeel wordt aangemerkt. In zoverre dient het bestreden besluit van 28 september 2011 te worden vernietigd. Het College zal zelf in de zaak voorzien door de korting van 10% ("eigen risico") die in het primaire besluit op de tegemoetkoming is toegepast, te herroepen. Verweerder zal worden opgedragen binnen vier weken na deze uitspraak de met deze 10% korting overeenkomend bedrag aan appellant te betalen.
4. Aanleiding bestaat verweerder te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep in verband met beroepsmatig door een derde verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden vastgesteld op € 944,- op basis van twee punten tegen een waarde van € 472,- per punt, waarbij het gewicht op 1 is bepaald.
5. Voorts dient verweerder het door appellant betaalde griffierecht aan hem te vergoeden.

Beslissing

Het College:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover voor zover verweerder daarbij 10% korting ("eigen risico") op de tegemoetkoming heeft gehandhaafd en herroept het primaire besluit voor zover evengenoemde korting op de tegemoetkoming is toegepast;
- draagt verweerder op binnen 4 weken na de dag van verzending van deze uitspraak de met eerdergenoemde korting van 10% overeenkomend bedrag aan appellant te betalen;
- veroordeelt verweerder in de door appellant in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 944,- ;
- gelast dat verweerder aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van in totaal € 152,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Eggeraat, mr. M. van Duuren en mr. G.P. Kleijn, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2014.
w.g. E.R. Eggeraat w.g. P.M. Beishuizen