ECLI:NL:CBB:2014:383
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- E. Dijt
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onjuiste vaststelling eindvoorraad meststoffen 2009
Appellant is door de staatssecretaris van Economische Zaken beboet wegens het niet kunnen verantwoorden van de afvoer van stikstof en fosfaat in de in 2009 geproduceerde mest op zijn bedrijf. De boete werd verlaagd na bezwaar, waarbij rekening werd gehouden met een bezinklaag in de mestputten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de berekeningsmethode van de staatssecretaris voor de bezinklaag aanvaardde. Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met hogere gehalten in mest na 2009 en lagere gehalten in voer, wat volgens hem wijst op een grotere bezinklaag in 2009.
Het College overweegt dat appellant onvoldoende gegevens heeft geleverd om de berekening van de staatssecretaris te weerleggen. De omvang van de bezinklaag is niet onjuist vastgesteld, omdat het gaat om de jaarlijkse groei en niet om de totale omvang. Ook het betoog dat het onmogelijk was de mestbalans te beheersen wordt verworpen.
Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wordt bevestigd.