Uitspraak
[naam 1], te [plaats 1],
[naam 2], te [plaats 2],
[naam 3], te [plaats 3],
[naam 4], te [plaats 4],
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van het bestuur van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants (voorheen NIVRA) waarin hun inschrijving in het accountantsregister werd geweigerd omdat zij zich niet wilden onderwerpen aan de verordeningen van het NIVRA.
Het College verwijst naar eerdere uitspraken waarin het heeft geoordeeld dat inschrijving in het register onlosmakelijk verbonden is met het lidmaatschap van het NIVRA en dat een beroep op artikel 11 EVRM Pro (vrijheid van vereniging) niet slaagt. Verweerder heeft terecht een gegronde vrees dat appellanten wettelijke voorschriften zullen overtreden.
Het College oordeelt dat het lidmaatschap van het NIVRA niet in strijd is met het EVRM of de Grondwet en dat het toetsingsverbod in de Grondwet en Awb de beoordeling van de innerlijke juistheid van de Wet RA belemmert.
De beroepen worden ongegrond verklaard. Het College heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.