ECLI:NL:CBB:2013:CA0268
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebesluit bouwfraude Noord-Holland Acht met nadruk op gelijkheidsbeginsel
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een boetebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) inzake bouwfraude in de regio Noord-Holland Acht. Na een eerdere tussenuitspraak werd ACM opgedragen de boete opnieuw vast te stellen, waarbij de hoogte van de boete werd aangepast naar € 1.460.320. Appellanten betwistten deze hoogte en voerden aan dat de toegepaste systematiek en het boetepercentage niet in overeenstemming waren met eerdere vergelijkbare zaken, met name gezien het verschil in betrokken projectomzetten.
Het College heeft beoordeeld of ACM de boete terecht heeft vastgesteld volgens de systematiek van de Boetebekendmaking GWW en of het gelijkheidsbeginsel hierbij in acht is genomen. Het College concludeerde dat ACM de systematiek correct heeft toegepast en dat de boete passend is gezien de ernst van de overtreding en het verwijt aan appellanten. Het verschil in projectomzetten was geen reden voor een verdere verlaging van het boetepercentage.
Uiteindelijk vernietigde het College de eerdere uitspraak, verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het herziene besluit ongegrond. Tevens werd ACM veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen het oorspronkelijke boetebesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herziene boetebesluit ongegrond; ACM is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.