ECLI:NL:CBB:2013:172
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van GLB-inkomenssteun met openstaande superheffing door Dienst Regelingen
Appellante, een melkveehouderij en rechtsopvolger van een voormalige vennootschap, werd geconfronteerd met verrekening van haar slachtpremie en bedrijfstoeslag met een openstaande superheffingsvordering van het Productschap Zuivel. Verweerder, de Dienst Regelingen, handhaafde deze verrekening op grond van zijn status als Europees betaalorgaan.
Appellante betwistte de bevoegdheid van verweerder tot verrekening, stellende dat het Productschap en de Staat verschillende publiekrechtelijke rechtspersonen zijn en dat de verrekening niet was toegestaan zonder formele rechtskracht van het superheffingsbesluit. Verweerder verwees naar Verordening (EG) nr. 885/2006 en de aanwijzing als Europees betaalorgaan, waardoor verrekening verplicht en toegestaan is.
Het College sloot zich aan bij verweerder en oordeelde dat de Dienst Regelingen als enige aangewezen betaalorgaan bevoegd is tot verrekening van betalingen met openstaande vorderingen, ongeacht de formele rechtskracht van het superheffingsbesluit. De beroepen van appellante werden ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de verrekening van GLB-inkomenssteun met superheffing zijn ongegrond verklaard.