ECLI:NL:CBB:2012:BY0434
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over waardevaststelling en schadevergoeding voor gedode geiten op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellant kreeg een tegemoetkoming toegekend voor het doden van zijn geiten op grond van artikel 86 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd). Na bezwaar en beroep stond centraal de vraag of de waardevaststelling van deskundige Dilven, die afweek van de andere taxaties, terecht buiten beschouwing was gelaten.
Verweerder beriep zich op het marktwaardeprincipe en stelde dat Dilven niet volgens dit principe had getaxeerd, waardoor diens waardering niet kon worden meegenomen. Appellant betoogde dat Dilven gemotiveerd was afgeweken van de waardetabel van het LEI en dat de waardevaststelling terecht meegenomen moest worden.
Het College oordeelde dat de waardevaststellingen van de deskundigen verschillen en dat bij gebrek aan overeenstemming het gemiddelde van de waarderingen moet gelden. Het oordeel van verweerder dat Dilven niet volgens het marktwaardeprincipe had getaxeerd, werd verworpen omdat Dilven gemotiveerd aanvullende factoren had betrokken die niet in strijd waren met de wet. Het College stelde de tegemoetkoming vast op het gemiddelde van de drie waarderingen en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de tegemoetkoming in de schade vastgesteld op € 285.662,10.