ECLI:NL:CBB:2012:BX0440
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- R.C. Stam
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering slachtpremie na bedrijfssplitsing en onduidelijkheid over aanhouding runderen
Appellante, een maatschap van rundveehouders, kreeg slachtpremie toegekend voor 15 runderen in 2006. Verweerder herzag dit besluit en vorderde de premie terug omdat de dieren niet binnen één maand na afvoer van het bedrijf waren geslacht. De maatschap was per 1 mei 2006 beëindigd, waarna twee opvolgende bedrijven de runderen hielden. Verweerder stelde dat de aanhoudperiode bij appellante was beëindigd en dat de dieren uiterlijk 1 juni geslacht hadden moeten zijn.
Het College oordeelt dat verweerder door de formulieren en communicatie de indruk wekte dat geen verdere actie nodig was om de subsidieaanvragen over te dragen naar de opvolgende bedrijven. Hierdoor kan verweerder het ontbreken van een nadere melding niet tegen appellante aanvoeren. Tevens is onduidelijk welke dieren precies bij welk opvolgend bedrijf zijn aangehouden gedurende de vereiste periode.
Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken opnieuw op het bezwaar te beslissen. Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van de slachtpremie wordt vernietigd.