ECLI:NL:CBB:2011:BV0933
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring energie-investeringsaftrek voor energieadvies nieuwbouw
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om een verklaring energie-investeringsaftrek (EIA) voor engineeringskosten die betrekking hebben op energieadvies ten behoeve van een nieuwbouwpand. Verweerder stelde dat deze kosten niet kunnen worden aangemerkt als investering in een technische voorziening voor energiebesparing in of bij een bestaand object, zoals vereist volgens de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 en de Energielijst 2008.
Het geschil spitst zich toe op de uitleg van de term "bestaand totaal bedrijfsgebouw" in de regeling en de toepasselijkheid van de EIA op energieadvies bij nieuwbouw. Appellante betoogde dat onder bestaande situatie ook het oorspronkelijke ontwerp van nieuwbouw moet worden verstaan en dat het Bouwbesluit als referentiekader moet gelden. Verweerder handhaafde de afwijzing omdat de regeling dit niet toestaat en de verklaring alleen kan worden afgegeven voor investeringen in bestaande objecten.
Het College oordeelt dat het energieadvies niet kan worden beschouwd als een technische voorziening en dat de regeling duidelijk vereist dat het moet gaan om een bestaand object. De stelling van appellante wordt niet gevolgd wegens gebrek aan wettelijke grondslag. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de vermeende eerdere foutieve beslissing geen precedent schept.
Het College verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verklaring energie-investeringsaftrek wordt gehandhaafd.