ECLI:NL:CBB:2011:BT2699
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen handhaving AMM-besluit apotheek in zorginkoopmarkt
Apotheek A exploiteert een apotheek in B en weigert contracten te sluiten met zorgverzekeraars die preferentiebeleid hanteren. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) legde op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) een verplichting op aan apotheek A om te voldoen aan redelijke verzoeken tot contractsluiting vanwege aanmerkelijke marktmacht (AMM). Tevens werd een last onder dwangsom opgelegd bij niet-naleving.
Apotheek A stelde dat de NZa niet bevoegd was, dat zij geen AMM had en dat de maatregel disproportioneel was. NZa en Menzis benadrukten het belang van handhaving voor het preferentiebeleid en de kostenbeheersing in de zorg. Menzis wees op het belang van marktwerking en kostenbesparing via preferentiebeleid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er gerede twijfel bestaat over de aanwezigheid van AMM en dat het mededingingsprobleem onvoldoende zwaarwegend is om de inbreuk op de contractvrijheid te rechtvaardigen. De belangen van apotheek A om de bodemprocedure af te wachten wegen zwaarder dan het belang van NZa en Menzis bij handhaving. Daarom werd het AMM-besluit en de last onder dwangsom geschorst.
De voorzieningenrechter veroordeelde NZa tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De schorsing geldt tot de uitspraak in de bodemprocedure. Het besluit benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige belangenafweging bij het opleggen van AMM-maatregelen en de beperkte reikwijdte van preferentiebeleid op de lokale markt.
Uitkomst: Het AMM-besluit en de last onder dwangsom tegen apotheek A worden geschorst tot de uitspraak in de bodemprocedure.