ECLI:NL:CBB:2011:BQ8708
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.E. Doolaard
- R.C. Stam
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving spamverbod bij incidentele ongevraagde e-mail door VVD
Appellanten ontvingen op 5 maart 2007 een ongevraagde e-mail van de VVD in het kader van verkiezingen. Zij dienden een verzoek in bij OPTA tot oplegging van een last onder dwangsom en boete wegens overtreding van het spamverbod van de Telecommunicatiewet. OPTA wees het verzoek af en handhaafde dit besluit, waarna appellanten beroep instelden bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat artikel 13 van Pro Richtlijn 2002/58/EG niet verplicht tot handhavend optreden bij elke overtreding en dat OPTA in redelijkheid kon afzien van handhaving gezien het incidentele karakter en het ontbreken van andere klachten.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat OPTA in strijd handelde met de beginselplicht tot handhaving en artikel 13 van Pro de Richtlijn. Het College overwoog dat de nationale wetgever sancties mogelijk moet maken, maar de keuze van handhavingsinstrumenten en prioritering aan het bestuursorgaan laat. Alleen in bijzondere omstandigheden kan worden afgezien van handhaving, zoals bij incidentele overtredingen of geringe ernst. In dit geval was sprake van een eenmalige verzending, waarbij de VVD het e-mailadres had verwijderd om herhaling te voorkomen.
Het College bevestigde dat OPTA terecht heeft afgezien van handhaving wegens proportionaliteit en bijzondere omstandigheden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt dat OPTA terecht heeft afgezien van handhavend optreden tegen de VVD wegens eenmalige ongevraagde e-mail.