ECLI:NL:CBB:2011:BP7665
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.O. Kerkmeester
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing nulregeling MEP-subsidie milieukwaliteit elektriciteitsproductie
Appellante, exploitant van een afvalverbrandingsinstallatie, stelde beroep in tegen het besluit waarbij haar subsidieaanvraag voor duurzame elektriciteit werd afgewezen met een tarief van € 0,00 per kWh. Dit was gebaseerd op de nulregeling die terugwerkt tot 18 augustus 2006 en het vaste subsidiebedrag op nihil stelde.
Verweerder stelde dat de bezwaarprocedure zich beperkte tot het primaire besluit en dat de nulregeling een algemeen verbindend voorschrift is waartegen geen beroep openstaat. Appellante betoogde dat de nulregeling wel getoetst moest worden, dat verweerder niet bevoegd was de subsidie op nihil te stellen, en dat de regeling in strijd was met algemene beginselen zoals het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
Het College oordeelde dat de rechtmatigheid van de nulregeling in het kader van het bezwaar betrokken kon worden, maar dat verweerder wel bevoegd was de subsidiebedragen te wijzigen, ook naar nihil, op grond van artikel 72p van de Elektriciteitswet 1998. De terugwerkende kracht van de regeling was gerechtvaardigd omdat de betrokken producenten vanaf 18 augustus 2006 op de hoogte konden zijn. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond op subsidie voor de vierde verbrandingslijn.
De kostenvergoedingsregeling bood bovendien een mogelijkheid voor vergoeding van gemaakte kosten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot subsidieverlening van € 0,00 per kWh wordt ongegrond verklaard.