ECLI:NL:CBB:2010:BP3874
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L.W. Aerts
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid beroep tegen tuchtbeslissing in overgangsjaar Wet tuchtrechtspraak accountants
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van een beroep tegen een tuchtbeslissing centraal, genomen door de raad van tucht gedurende het overgangsjaar van de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra).
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven stelde vast dat voor tuchtbeslissingen die tijdens het overgangsjaar van 1 mei 2009 tot 1 mei 2010 zijn genomen, de Wet op de Registeraccountants (Wet RA) zoals die vóór de inwerkingtreding van de Wtra luidde, van toepassing is. Dit betreft onder meer de regels omtrent het instellen van beroep tegen een beslissing van de raad van tucht.
Het College concludeerde dat het beroep binnen twee maanden na verzending van de aangetekende brief met de tuchtbeslissing moet worden ingesteld, en dat het beroepschrift met redenen omkleed bij de griffier van het College moet worden ingediend. Gelet op de feiten achtte het College aannemelijk dat de gronden van het beroep tijdig waren ontvangen, waardoor de behandeling van de zaak werd hervat.
Daarnaast werd vermeld dat ook een ander beroep tegen dezelfde tuchtbeslissing, geregistreerd onder een ander nummer, zal worden voortgezet.
Uitkomst: Het College verklaart het beroep ontvankelijk en besluit de behandeling van de zaak te hervatten.