ECLI:NL:CBB:2010:BP0452
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E. Dijt
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werkingssfeer en tariefregulering van zuiver cosmetische orthodontische behandelingen onder de Wet marktordening gezondheidszorg
Appellanten, waaronder de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde en diverse orthodontisten en tandartsen, stelden beroep in tegen besluiten van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) die maximumtarieven vaststelden voor orthodontische en tandheelkundige prestaties. Zij betoogden dat zuiver cosmetische of esthetische orthodontische behandelingen niet onder het zorgbegrip van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vallen en dat de betreffende tariefbeschikkingen daarom niet op deze behandelingen van toepassing zijn.
Het geschil spitste zich toe op de uitleg van de werkingssfeer van de Wmg en het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg (Bub), met name artikel 2, onder d, waarin werkzaamheden van personen ingeschreven in het BIG-register als zorg worden aangewezen. Verweerster stelde dat ook zuiver cosmetische orthodontische behandelingen onder de Wmg vallen, mede omdat deze worden verricht door BIG-geregistreerden in het kader van hun beroepsuitoefening.
Het College oordeelde dat deze behandelingen inderdaad onder artikel 2, onder d, Bub vallen en dat de tariefbeschikkingen derhalve terecht van toepassing zijn. Het College vond geen aanwijzingen dat de wetgever zuiver cosmetische orthodontische behandelingen buiten de tariefregulering wilde plaatsen. Bovendien is het in de praktijk moeilijk een scherp onderscheid te maken tussen cosmetische en curatieve orthodontische behandelingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de tariefbeschikkingen voor zuiver cosmetische orthodontische behandelingen wordt ongegrond verklaard.