ECLI:NL:CBB:2010:BO8994
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E. Dijt
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijk beroep tegen terugvordering niet-geïndiceerde zorgkosten door NZa
Stichting CCC Zorg leverde in 2006 zorg aan cliënten met een indicatie voor verblijf, die ervoor kozen deze zorg extramuraal te ontvangen. Het zorgkantoor stelde na een controle vast dat er meer zorg werd geleverd dan geïndiceerd, wat leidde tot een terugvordering van €470.463,- via nacalculatie 2006. Appellante voerde aan dat er afspraken waren gemaakt met het zorgkantoor over vergoeding van deze meerzorg, onder de zogenoemde meerzorgregeling, en dat er sprake was van vertrouwen dat deze kosten ten laste van de AWBZ konden worden gebracht.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het zorgkantoor betwistten het bestaan van dergelijke afspraken en stelden dat alleen geïndiceerde zorg vergoed kan worden. Het College oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er afspraken waren over vergoeding van niet-geïndiceerde zorg en dat de wettelijke regeling alleen vergoeding van geïndiceerde zorg toestaat.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de korting in de tariefbeschikking over 2008 werd gehandhaafd. Het College vond ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De zaak benadrukt de strikte toepassing van de AWBZ-regelgeving en het belang van duidelijke afspraken tussen zorgaanbieders en zorgkantoren.
Uitkomst: Het beroep van Stichting CCC Zorg tegen de terugvordering van niet-geïndiceerde zorgkosten is ongegrond verklaard en de korting van €470.463,- gehandhaafd.