ECLI:NL:CBB:2010:BM8566
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijke fout bij vaststelling GLB-bedrijfstoeslag 2008
Appellante, een melkveebedrijf, stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarbij de bedrijfstoeslag 2008 werd vastgesteld en het bezwaar ongegrond werd verklaard. Appellante voerde aan dat zij bij haar aanvraag was uitgegaan van eerdere goedgekeurde aanvragen en dat sprake was van een kennelijke fout omdat zij minder toeslagrechten had aangevraagd dan waarover zij beschikte.
De Minister stelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout, omdat het verschil tussen de aangevraagde en beschikbare toeslagrechten niet zodanig was dat dit direct had moeten opvallen. Bovendien kon het zijn dat bepaalde percelen bewust niet waren opgegeven.
Het College overwoog uitgebreid dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen indien bij een summier onderzoek direct duidelijk is dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager. Daarbij is van belang dat de fout onopzettelijk is en dat de aanvrager te goeder trouw heeft gehandeld. Het College concludeerde dat appellante geen kennelijke fout had gemaakt, mede omdat zij een aanzienlijk deel van haar toeslagrechten had benut en het verschil niet zodanig groot was dat het direct had moeten opvallen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout.