ECLI:NL:CBB:2009:BK1198
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen dierlijke EG-premies wegens niet-naleving meldings- en aanhoudingsvoorwaarden
Appellante, een landbouwbedrijf, diende in 2005 aanvragen in voor dierlijke EG-premies voor zoogkoeien, stieren en slachtpremies. Verweerder wees deze aanvragen af en vorderde terugbetaling van voorschotten vanwege het niet tijdig melden van de verplaatsing van runderen tijdens de aanhoudperiode en het niet voldoen aan de aanhoudperiode zelf. Appellante voerde onder meer overmacht aan wegens beslaglegging door de AID en betwistte de sancties.
Het College oordeelde dat de verplaatsing van de dieren niet vooraf schriftelijk was gemeld zoals vereist, en dat de melding van vervanging van dieren niet tijdig was ontvangen. Het beroep op overmacht faalde omdat de melding niet binnen de voorgeschreven termijn was gedaan. Ook het niet voldoen aan de aanhoudperiode kon niet worden toegerekend aan appellante, maar dit deed niet af aan de sancties.
Appellantes beroep dat zij niet tijdig op de nieuwe afwijzingsgrond was gewezen werd verworpen, omdat het bestuursorgaan een volledige heroverweging mag maken. De opgelegde sancties waren in overeenstemming met de relevante EU-verordeningen en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar appellante kreeg een beperkte vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 322,--.