ECLI:NL:CBB:2009:BI6251
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Subsidie toekenning duurzame elektriciteit vergistingsinstallatie en proceskostenveroordeling
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken waarin een subsidieaanvraag voor duurzame elektriciteit uit een vergistingsinstallatie werd afgewezen. De aanvraag betrof een installatie met vier warmtekrachtkoppeling-motoren, maar verweerder ging uit van een kleinere installatie met twee motoren conform de Wm-vergunning van december 2006.
Het College stelde vast dat verweerder ten onrechte het bezwaar ongegrond had verklaard en dat de subsidieaanvraag onvolledig was beoordeeld. Na nadere informatie en hoorzitting bleek dat appellant een grotere installatie beoogde dan waarvoor de vergunning was verleend, maar dit was niet correct weerspiegeld in de aanvraag. Verweerder mocht daarom uitgaan van de kleinere installatie.
Het College oordeelde dat verweerder terecht niet was uitgegaan van de grotere installatie en dat de berekende productiehoeveelheid van circa 3,3 miljoen kWh juist was. De subsidie werd vastgesteld op maximaal €3.331.339. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Deze uitspraak vervangt het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het College kent appellant een subsidie toe van maximaal €3.331.339 en veroordeelt verweerder in de proceskosten.