ECLI:NL:CBB:2008:BG1736
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter wijst verzoeken af wegens ontbreken rechtstreeks belang bij concessieverlening openbaar vervoer
De zaak betreft een geschil over de concessieverlening voor openbaar vervoer in Zuidoost Fryslân voor de periode 2008-2016. Verzoeksters, Connexxion Openbaar Vervoer N.V. en Arriva Openbaar Vervoer N.V., maakten bezwaar tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Fryslân om de concessie aan Qbuzz B.V. te gunnen. Zij vorderden een voorlopige voorziening tegen dit besluit.
Verzoeksters hadden besloten niet in te schrijven op de aanbesteding, maar stelden dat zij als concurrenten toch belanghebbenden waren omdat zij mogelijk in een volgende aanbestedingsronde een kans zouden krijgen als Qbuzz niet aan de eisen zou voldoen. Verweerders en Qbuzz betwistten dit en stelden dat verzoeksters geen belanghebbenden zijn omdat zij niet hebben ingeschreven en dus geen rechtstreeks belang hebben bij het besluit.
De voorzieningenrechter overwoog dat concurrenten als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt als zij op dezelfde markt opereren en een objectief bepaalbaar, persoonlijk en actueel belang hebben dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Omdat verzoeksters bewust niet hebben ingeschreven, kunnen zij niet als concurrenten worden beschouwd en ontbreekt het aan een rechtstreeks belang. Ook de stelling dat het besluit onrechtmatig is genomen, was onvoldoende concreet om als belang te gelden.
Gelet hierop wees de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af, omdat verzoeksters niet ontvankelijk zijn in hun bezwaar tegen het besluit tot concessieverlening aan Qbuzz.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens ontbreken van rechtstreeks belang.