ECLI:NL:CBB:2005:AT2530
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake aanbesteding concessie openbaar vervoer Dordrecht-Geldermalsen
De zaak betreft een geschil over de aanbesteding van de concessie voor het openbaar vervoer per trein op het traject Dordrecht-Geldermalsen. NoordNed Personenvervoer B.V. verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 22 december 2004, waarbij de concessie niet aan haar werd verleend maar aan NS Reizigers B.V. De procedure tot aanbesteding werd gevoerd door de directeur-generaal Personenvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
NoordNed stelde dat zij aan de gestelde eisen voldeed en dat de aanbestedingsprocedure niet correct was gevolgd, met name dat NS Reizigers ten onrechte werd toegelaten als partij en dat de beginselen van gelijke behandeling en transparantie waren geschonden. Verweerder stelde dat de procedure zorgvuldig en rechtmatig was verlopen en dat beide partijen in de gelegenheid waren gesteld hun aanbiedingen aan te passen aan de gestelde eisen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanvankelijke onduidelijkheid over het voorzieningenniveau was opgehelderd via e-mails van 18 en 25 oktober 2004, waarna beide partijen hun aanbiedingen konden aanpassen. Beide eerste aanbiedingen voldeden niet aan de eisen. Verweerder had het recht om beide aanbiedingen als niet-bestekconform terzijde te leggen en beide partijen de mogelijkheid te bieden een nieuwe aanbieding in te dienen. De latere aanbieding van NS Reizigers voldeed aan de eisen en bood de laagste prijs.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd vastgesteld dat de aanbestedingsprocedure rechtmatig was verlopen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit om de concessie aan NS Reizigers te verlenen blijft gehandhaafd.