ECLI:NL:CBB:2007:BA9351
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunningduur voor gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep afgewezen
Radiocorp stelde beroep in tegen de door de minister vastgestelde looptijd van de vergunning voor het gebruik van frequentieruimte in kavel A9, die was vastgesteld op ruim vijf jaar tot 1 september 2011, terwijl Radiocorp meende dat de vergunning een looptijd van acht jaar en drie maanden zou moeten hebben volgens de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003 en de parlementaire geschiedenis.
De minister verdedigde het besluit door te wijzen op de zero base-verdeling, waarbij alle vergunningen voor commerciële radio-omroep gelijktijdig worden uitgegeven met een uniforme looptijd die ingaat op 1 juni 2003 en eindigt op 1 september 2011, om een efficiënte en transparante verdeling van frequentieruimte te waarborgen.
Het College overwoog dat de vergunningen een vaste looptijd hebben die niet opschuift bij latere verlening en dat de belangen van een efficiënte herverdeling en gebruik van het frequentiespectrum zwaarder wegen dan het nadeel dat Radiocorp lijdt door de kortere looptijd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het College wees tevens op de mogelijkheid voor Radiocorp om een schadevergoeding te verzoeken bij de minister indien zij schade heeft geleden door de verkorte looptijd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd wegens het ontbreken van wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het beroep van Radiocorp tegen de verkorte looptijd van de vergunning voor kavel A9 wordt ongegrond verklaard.