ECLI:NL:CBB:2006:AV2080
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over heffing Saneringsfonds verzamelcentra varkens
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Vee en Vlees waarin een heffing werd opgelegd op grond van de Heffingsverordening Saneringsfonds verzamelcentra varkens 2004. De heffing was gebaseerd op het aantal aangevoerde dieren op het verzamelcentrum van appellante.
Appellante voerde aan dat de Heffingsverordening onverbindend is wegens strijd met artikel 71 Wbo Pro in samenhang met artikelen 93 en 126 Wbo, omdat de verordening niet het algemeen belang zou dienen en geen onderscheid maakt tussen 'blijvers' en 'nieuwkomers'. Tevens stelde zij dat verweerder onvoldoende controleerde op naleving van de Verordening slachting en weging slachtvarkens, waardoor de heffing jegens haar buiten toepassing zou moeten blijven.
Het College oordeelde dat de Heffingsverordening wel het algemeen belang dient en dat zowel 'blijvers' als 'nieuwkomers' in redelijkheid onder de heffing vallen. De terugloop in het aanbod van te wegen varkens maakt de heffing niet onevenredig. Ook was niet gebleken dat verweerder toezeggingen had gedaan om de heffing achterwege te laten bij achterblijvende resultaten. Het beroep op strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur was onvoldoende geconcretiseerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de heffing en de toepassing van de Heffingsverordening op appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffing op grond van de Heffingsverordening Saneringsfonds verzamelcentra varkens wordt ongegrond verklaard.