ECLI:NL:CBB:2005:AT3072
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over terugzending en vernietiging van dierlijke producten met residuen uit derde landen
Appellante, Coxon & Chatterton Limited, heeft beroep ingesteld tegen besluiten die twee partijen eendenborst uit China, positief bevonden op verboden residuen chlooramfenicol en furazolidon, bestempelden voor destructie. Verweerder baseerde zich op Europese regelgeving, waaronder richtlijn 97/78/EG en verordening 2377/90, die een nul-tolerantie hanteren voor deze stoffen.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of terugzending van de partijen naar China mogelijk is, of dat vernietiging verplicht is vanwege gezondheidsrisico's binnen de EU. Verweerder stelt dat terugzending niet mogelijk is vanwege veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften binnen de EU, terwijl appellante betoogt dat terugzending wel mogelijk is zolang het land van herkomst geen bezwaar heeft en de residuen binnen hun normen vallen.
Het College oordeelt dat de nationale regeling ter uitvoering van richtlijn 97/78/EG geen eenduidige uitsluiting van terugzending biedt en dat de interpretatie van de richtlijn zelf hierover onduidelijk is. Daarom legt het College prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van de richtlijn, met name over de reikwijdte van veterinairrechtelijke voorschriften en de bescherming van belangen van derde landen bij terugzending. De procedure wordt geschorst in afwachting van het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De procedure wordt geschorst en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van richtlijn 97/78/EG betreffende terugzending en vernietiging van dierlijke producten.