ECLI:NL:CBB:2004:AR8309
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen tuchtmaatregel wegens onvoldoende hoor en wederhoor en schending geheimhoudingsplicht door registeraccountant
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen een beslissing van de Raad van Tucht voor Registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten, waarin een klacht was ingediend tegen een registeraccountant (RA) over zijn rapportage en handelen bij een software-implementatieproject.
De klacht richtte zich op het niet toepassen van hoor en wederhoor bij het opstellen van een rapport over het functioneren van een softwarepakket, onjuiste mededelingen in dat rapport, het ontbreken van een vermelding dat openbaarmaking van het rapport toestemming vereist, valsheid in geschrift en partijdigheid. Tevens werd geklaagd over het doorzenden van een vertrouwelijke brief zonder toestemming.
Het College oordeelde dat RA onvoldoende hoor en wederhoor toepaste, wat leidde tot onjuiste bevindingen, en dat hij de vertrouwelijke brief onrechtmatig aan derden had verstrekt. De eerdere maatregel van schriftelijke waarschuwing werd vernietigd en vervangen door een schriftelijke berisping. Andere klachten, zoals valsheid in geschrift en partijdigheid, werden niet gegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van zorgvuldigheid, hoor en wederhoor, en geheimhouding door registeraccountants bij het opstellen van rapporten en het omgaan met vertrouwelijke informatie.
Uitkomst: Het College vernietigt deels de tuchtmaatregel en legt een schriftelijke berisping op wegens onvoldoende hoor en wederhoor en schending van de geheimhoudingsplicht.