ECLI:NL:CBB:2003:AO1931
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit landbouwheffing wegens onttrekking melkpoeder aan douanetoezicht
Op 21 januari 1998 diende appellant beroep in tegen een besluit van 12 december 1997 waarin hij werd aangesproken voor landbouwheffing wegens onttrekking van melkpoeder aan het douanetoezicht. Het geschil betrof het vervoer van melkpoeder onder T1-documenten, waarbij appellant als vervoerder de lading niet bij de douane aanmeldde maar afleverde bij een opslagplaats in Nederland, waardoor de goederen aan het douanetoezicht werden onttrokken.
Appellant voerde aan dat hij niet wist van de onttrekking en dat de navorderingstermijn van drie jaar was overschreden. Het College oordeelde dat het besluit ten onrechte het Communautair Douanewetboek (CDW) toepaste met terugwerkende kracht, maar dat de aansprakelijkheid op grond van Verordening (EEG) nr. 1031/88 wel stand hield omdat appellant als onttrekker moest worden aangemerkt.
Verder stelde het College vast dat de navorderingstermijn van drie jaar niet van toepassing was omdat sprake was van een strafrechtelijk vervolgbare handeling gericht op ontduiking van rechten bij invoer, waardoor een termijn van vijf jaar geldt. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij te goeder trouw was, mede gelet op verklaringen en bewijsstukken waaruit bleek dat hij wist dat de melkpoeder niet daadwerkelijk naar Bulgarije werd vervoerd.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed. De proceskostenveroordeling werd in samenhang met andere zaken behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste toepassing van het CDW, met in stand laten van de rechtsgevolgen op basis van Verordening (EEG) nr. 1031/88.