ECLI:NL:CBB:2003:AO1925
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.J. Borman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aansprakelijkheid vervoerder voor onttrekking melkpoeder aan douanetoezicht
Op 21 januari 1998 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven een beroepschrift ontvangen van appellant tegen een besluit van 12 december 1997 waarin verweerder een uitnodiging tot betaling (utb) van landbouwheffing oplegde wegens onttrekking van melkpoeder aan het douanetoezicht. Het geschil betreft de vraag of appellant als vervoerder aansprakelijk kan worden gehouden voor de douaneschuld die ontstond door onttrekking van de goederen.
Het College oordeelt dat het bestreden besluit ten onrechte is gebaseerd op het Communautair Douanewetboek (CDW) dat pas per 1 januari 1994 in werking trad, terwijl de douaneschuld in de eerste helft van 1993 is ontstaan. Hierdoor ontbreekt terugwerkende kracht en dient het besluit te worden vernietigd. Het College beoordeelt vervolgens of op basis van Verordening (EEG) nr. 1031/88 de aansprakelijkheid kan worden gehandhaafd en concludeert dat appellant terecht als onttrekker is aangemerkt, omdat hij de T1-documenten niet bij de douane heeft ingeleverd en de melkpoeder onttrokken is aan het douanetoezicht.
Appellant stelde dat de navorderingstermijn van drie jaar was verstreken en dat hij te goeder trouw handelde. Het College oordeelt dat vanwege de strafrechtelijke aard van de onttrekking een navorderingstermijn van vijf jaar geldt en dat appellant niet te goeder trouw was, gelet op verklaringen en bewijsstukken waaruit blijkt dat hij wist dat de melkpoeder niet naar Bulgarije werd vervoerd maar in Nederland werd gelost.
De subsidiaire stelling dat verweerder in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur handelde, wordt verworpen. Het College verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt verweerder in de proceskosten ten gunste van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van terugwerkende kracht van het CDW, terwijl de rechtsgevolgen in stand blijven.